De echte tevredenheid is iets actief zoals de landbouw. Het is de capaciteit alles uit een bepaalde situatie te halen wat er in zit. (Gilbert Keith Chesterton 1874 -1936)

Bosbouw is geen landbouw met gevolgen voor de landbouwvrijstelling

Bosgrond en landbouwgrond

Naar algemene opvattingen lijkt het onderscheid tussen bos- en landbouwgrond eenvoudig. Op bosgrond staat een bos. Een bos bestaat uit veel bomen. Ook natuurgebieden met heide,  vennen, beekdalen etc. worden vaak als ‘bosgrond’ bestempeld. Daarnaast is er onder andere landbouwgrond. Dat is uiteraard grond die vanwege de landbouw, planten- en boomteelt of veeteelt etc. wordt gebruikt. Met name de laatste decennia is er ook nog een ‘tussenvorm’ ontstaan. Dan gaat het om gronden die voor de landbouw waren bestemd, maar waarop veelal met subsidie op enig moment tijdelijk bomen zijn geplant. Die subsidie werd toegekend onder de verplichting om die bomen gedurende een vastgestelde periode van soms 15 of 20 jaar te laten staan. Zo zijn er op landbouwgronden tijdelijke boomopstanden gekomen van onder andere populieren en schijnacacia. Na het verstrijken van de termijn die bij de toekenning van de subsidie is vastgesteld, mag dergelijk tijdelijk bos worden gekapt. De subsidie behoeft dan niet terugbetaald te worden. Veelal is de waarde in het economisch verkeer van bosgrond lager dan de waarde in het economisch verkeer bij agrarische bestemming van zo’n perceel.

Van boomopstand naar landbouwexploitatie

Op 5 november 2020 heeft de enkelvoudige belastingkamer van de Rechtbank Noord Nederland uitspraak gedaan in een beroepsprocedure die ging om de omzetting van een tijdelijke boomopstand naar landbouw. De belastingplichtige had de percelen gekocht om te gebruiken als landbouwgrond. Bij de aankoop stonden er wel bomen op de grond. Volgens de belastingplichtige was hij deze percelen als landbouwgrond blijven gebruiken want er was geen exploitatie en instandhouding als bos geweest. Deze percelen waren direct bij aankoop in het agrarisch bedrijf opgenomen. Daarna zijn de bomen gekapt en is het zaaibed gereed gemaakt voor opvolgend agrarisch maaigewas. De belastingplichtige is de opvatting toegedaan dat de waardestijging van de grond ontstaan is door normale aanwending van deze grond binnen het landbouwbedrijf. Hij gaat er vanuit dat daarop de landbouwvrijstelling van toepassing is zodat die waardestijging vrij van belasting blijft.

De inspecteur stelde dat de percelen op het moment van aankoop werden gebruikt als bosgrond. Pas na aankoop zijn deze voor landbouw geschikt gemaakt en in gebruik genomen. De inspecteur stelt dat de waardestijging van de grond het gevolg is van dit veranderde gebruik. De met deze waardestijging behaalde boekwinst valt daarom niet onder de landbouwvrijstelling volgens de inspecteur.

Landbouwvrijstelling, sfeerovergang en oordeel van de rechter

In artikel 3.12 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is de landbouwvrijstelling opgenomen. Daarin staat dat tot de winst niet de voordelen uit landbouwbedrijf behoren ter zake van waardeveranderingen van gronden ‘“ daaronder begrepen de ondergrond van gebouwen ‘“ voorzover de waardeverandering van de grond is toe te rekenen aan de ontwikkeling van de waarde in het economische verkeer bij voortzetting van de aanwending van de grond in het kader van een landbouwbedrijf, en niet is ontstaan in de uitoefening van het bedrijf.

Indien een beroep wordt gedaan op de toepassing van de landbouwvrijstelling heeft de belastingplichtige daarvoor de stelplicht en bewijslast. De belastingkamer besliste dat in deze situatie de belastingplichtige daarin niet was geslaagd. Hij mocht de landbouwvrijstelling niet toepassen.

Naar het oordeel van de belastingkamer was namelijk het antwoord op de vraag bepalend of de manier waarop de belastingplichtige de grond op het moment van herwaardering feitelijk gebruikte, anders was dan op het moment dat deze grond werd gekocht. Het resultaat van de herwaardering van de grond voor zover deze volgt uit de sfeerovergang, is namelijk belaste boekwinst, Zodoende is daarop de landbouwvrijstelling niet van toepassing. De rechtbank overwoog daartoe dat de verkopers de grond in gebruik hadden als bosgrond. De belastingplichtige maakte door het kappen van de bomen, de grond weer geschikt voor landbouw. Dat bracht de sfeerovergang teweeg. De waardestijging van de grond is ontstaan als gevolg van deze sfeerovergang. De waarde van de grond steeg dus niet als gevolg van het gebruik daarvan in het kader van het landbouwbedrijf.

Bekijk alle artikelen van Huisvennen Advies B.V.

mr. Franc Beekmans

26-11-2020

Agrarische vraagstukken Vastgoedvraagstukken & onteigening

De laatste blogs via de mail ontvangen? Schrijf u hieronder in.